Belangrijkste onderwerpen in deze editie
(klik op de titels voor een directe verwijzing naar het onderwerp uit het magazine)
Je kunt meer doen dan alleen fietsen tellen om de behoefte aan parkeervoorzieningen te peilen. Als je ook de parkeerduur vastlegt, valt er meer te zeggen over parkeermotieven. En daar kun je je beleid op afstemmen. Een verslag van de ervaringen in Amsterdam en Utrecht.
Wanneer kun je een fietsstraat toepassen? Dat hangt onder meer af van auto- en fietsintensiteiten. De globale aanbevelingen van een paar jaar geleden kunnen dankzij nieuw onderzoek nader worden ingevuld. En soortgelijk onderzoek geeft ook inzicht in de gewenste breedte van een tweerichtingen fietspad. Eind 2016 publiceerde CROW-Fietsberaad een discussienotitie met concept-aanbevelingen voor fietsstraten binnen de bebouwde kom. Belangrijkste onbeantwoorde vraag in die notitie was: bij welke auto- en fietsintensiteiten kan men een fietsstraat toepassen. Om goed onderbouwde aanbevelingen te kunnen opstellen heeft CROW-Fietsberaad samen met gemeenten en Rijkswaterstaat door DTV Consultants uitgebreid onderzoek laten verrichten op elf locaties. Enkele decimeters extra rijbaanbreedte kan een groot verschil maken voor het aantal hinderlijke en gevaarlijke ontmoetingen, zo luidt een van de conclusies. En bij lage fietsintensiteiten en smalle rijbanen is 250 mvt/uur al te hoog. Bij hoge fietsintensiteiten zijn hogere auto-intensiteiten mogelijk, mits voldaan wordt aan de gewenste rijbaanbreedte.
Oudere fietsers vormen zoals bekend een risicogroep. Het CBS meldde dat er in 2017 voor het eerst meer dodelijke slachtoffers vielen op de fiets dan in een auto. Driekwart van de fietsslachtoffers is ouder dan 65 jaar. Ouderen kunnen zelf het nodige doen om hun eigen veiligheid te bevorderen. Er is alleen één probleem: ouderen voelen zich vaak niet aangesproken als het over fietsveiligheid gaat.
Het programma Doortrappen speelt hierop in door een positieve boodschap over veilig blijven fietsen te brengen op plekken waar ouderen al samenkomen, zoals recreatieve activiteiten. Pilots in 2017 in vier gemeenten toonden positieve resultaten, waardoor het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat heeft besloten deze aanpak verder uit te breiden.
Fietsdata vormen een belangrijke pijler onder het fietsbeleid. Maar die zijn minder makkelijk in te winnen dan bijvoorbeeld autodata. De NDW wil de inwinning van fietsdata landelijk coördineren. Maar je moet daar ook weer niet alles aan ophangen, vindt stedenbouwkundige Danny Edwards. Het pleit ervoor de ontwikkeling van het bestaande netwerk van een stad als vertrekpunt te nemen.
In Noord-Brabant onderzoekt men of snelfietsers behoefte hebben aan andersoortige bewegwijzering. Proeftrajecten zijn voorzien van nieuwe borden en onderzoek moet uitwijzen of die voldoen. Tegelijk kijkt men ook naar de effecten van aangepaste markering. Dat laatste speelt ook in Utrecht, waar nieuwe vormen van markering worden beproefd.
Het ‘vergevingsgezind fietspad' kennen we al langer. Maar de toenemende vergrijzing in combinatie met de opkomst van de e-fiets vergroten de noodzaak tot ingrijpen. Daarom de belangrijkste conclusies uit het CROW-Fietsberaadnotitie ‘Bouwstenen voor een comfortabel en vergevingsgezind fietspad’ samengevat, plus enkele oplossingen die verder gaan dan de huidige aanbevelingen. Met ribbelmarkering valt vaak al een hoop te winnen.