Platform Veilig fietsen

“Investeren in de fiets is geen linkse hobby meer”

  • Soort:Nieuws Fietsberaad
  • Auteur:Maarten Hagg
  • Uitgever:Fietsersbond
  • Startdatum:25-5-2021 11:24:35
Dubbelinterview met Esther van Garderen (directeur van de Fietsersbond) en Floor Vermeulen (gedeputeerde Verkeer en Vervoer provincie Zuid Holland). Aan bod komt de drukte op het fietspad, fietsen in coronatijd en het Nationaal Toekomstbeeld Fiets

  • Fotografie: Maarten Hartman en Corné Sparidaens (Esther van Garderen links, Floor Vermeulen rechts)

    Nederlanders zijn veel meer gaan fietsen in coronatijd. Goed nieuws, want dat draagt bij aan klimaat, gezondheid en minder verkeersdrukte. Maar hoe houden we die stijging ook straks vast? En: de toegenomen drukte op de fietspaden zorgt ook voor nieuwe uitdagingen. Rijk en regio’s hebben samen de ambitie uitgesproken om de potentie van de fiets beter te benutten. Hoe zorgen we dat Nederland voor iedereen fietsvriendelijker wordt? Wat kunnen werkgevers en de fietsbranche bijdragen, en wat hebben gemeenten, provincies en vervoerregio’s nodig van de rijksoverheid?
     
    Esther van Garderen trad in oktober aan als directeur van de Fietsersbond. De provincie Zuid-Holland van gedeputeerde Verkeer en Vervoer Floor Vermeulen werd door diezelfde Fietsersbond onlangs beloond met het zilveren certificaat ‘fietsvriendelijk bedrijf’ – als eerste overheidsinstelling.
     
    Om te beginnen: gefeliciteerd met het zilveren certificaat ‘fietsvriendelijk bedrijf’!
     
    Floor: Dank je wel. Een mooie mijlpaal. We hadden al brons en we zijn blij dat we met een aantal aanpassingen nu de stap hebben gemaakt naar zilver. Er waren bijvoorbeeld wel douches, maar die zaten op de verkeerde plek. We willen nu die extra stap natuurlijk ook zetten en gaan voor goud!
     
    Esther: We kijken naar voorzieningen zoals fietsenstallingen, een goede fietsleaseregeling, en - inderdaad - douches. Maar ook het beschikbaar maken van de reiskostenvergoeding voor fietsers en het informeren van medewerkers over bestaande regelingen telt mee. Organisaties kunnen van brons, via zilver naar goud klimmen. Dat levert bij elke stap belangrijke kansen op voor communicatie. Bij elkaar opgeteld leiden die communicatiemomenten tot meer gedragsverandering: vaker de fiets pakken.
     

    Fietsen in coronatijd

    In coronatijd zijn Nederlanders veel meer gaan fietsen. Wat moet er gebeuren om deze stijging vast te houden, wanneer deze crisis achter de rug is?  
     
    Esther: Er wordt inderdaad nu een kwart meer gefietst, als je kijkt naar de gemiddelde afstand die we fietsen per dag. Ruim de helft (55%) zegt dit na de coronacrisis ook te blijven doen. Mensen ontdekken in deze tijd hoe fijn het is om naar buiten te gaan, en pakken nu makkelijker de fiets. Fietsen is hartstikke gezond, zorgt voor minder verkeersdruk en is goed voor het klimaat. Uit gewoontegedrag kozen heel veel mensen voor de auto. Die gewoonten zijn nu doorbroken. Dat biedt kansen.
     
    Floor: De infrastructuur is nu al top, zeker in Zuid-Holland. Niet alleen voor een boodschap of familiebezoek in de buurt: we investeren flink in fietssnelwegen. Moet je een grotere afstand afleggen, dan kan dat dus prima met de e-bike of de speed pedelec. De F15 is een mooi voorbeeld, een netwerk van fietspaden dat min of meer de route van de A15 volgt. Daarnaast is het combineren van fiets en trein echt een succes: je parkeert je fiets op het station, reist met de trein, en met de OV-fiets naar je bestemming. Om dit beter te faciliteren zetten we in op meer fietsstallingsplekken, bijvoorbeeld bij station Zoetermeer. In die omgeving worden de komende jaren veel woningen gebouwd. Met meer ruimte voor fietsen zorgen we dat het station goed bereikbaar blijft.



     

    Drukte op het fietspad

    Het wordt wel steeds drukker op de fietspaden. Wielrenners, ouders met kinderen en ouderen op de e-bike moeten allemaal over diezelfde smalle paden. Wat moet er gebeuren om te zorgen dat dat voor iedereen veilig en leuk blijft?
     
    Esther: De Fietsersbond zit met onder meer de ANWB en de NTFU in de Alliantie Samen Fietsen. We gaan gesprekken organiseren langs het fietspad, in het kader van ‘social design’. Samen met fietsers kijken we hoe we het gezellig kunnen houden met elkaar. Iedereen is daar voor zijn of haar eigen fietsgeluk. Dat delen we met elkaar. En op zondag hoef je de trein niet te halen. Dus: ‘doe’s lief’ op het fietspad, zeg maar.
     
    Floor: Een beetje lief zijn voor elkaar, daar begint het inderdaad mee. Daarnaast: voor iedere vorm van fietsen een apart pad aanleggen is in mijn ogen niet de oplossing. Verbreden van de paden kan natuurlijk wel, en daar zijn we ook mee bezig.
     
    Esther: Plus, veiligheid blijft een belangrijk speerpunt voor de Fietsersbond. Fietsers zijn kwetsbare verkeersdeelnemers. Zelfs de RAI zegt: ‘Motorvoertuigen worden steeds intelligenter en veiliger, maar de fiets zal altijd een fiets blijven’. Met andere woorden: de infrastructuur moet veilig en robuust zijn. Een helm verplichten is niet de oplossing. Als we dat gaan doen, zou 80% de fiets laten staan. Dat is onlangs nog onderzocht door de Telegraaf.
     
    Floor: Natuurlijk investeren we als provincie in veilige infrastructuur, maar voor een deel is veiligheid ook een kwestie van gedrag. Eigenlijk is het een no-brainer om een helm op te zetten. Bij veiligheid gaat het altijd om de combinatie van infrastructuur, handhaving én gedrag, dus: educatie.
     
    Esther: Als het gaat om educatie zou de fietsbranche ook meer kunnen doen. Bijvoorbeeld door mensen die een e-bike kopen fietslessen aan te bieden. Ik heb sinds kort een speed pedelec. Die gaat veel harder, maar stopt ook meteen zodra je stopt met trappen, dat is best eng in het begin.
     
    Floor: Inderdaad, bij autorijden is het logisch dat je een rijbewijs moet halen, maar bij de aankoop van een fiets zouden lessen ook toegevoegde waarde kunnen hebben. Ondernemers zouden dat kunnen aanbieden samen met de overheid die al allerlei educatieprogramma’s subsidieert. Denk aan het ‘Doortrappen’ programma van het ministerie van IenW.


     

    Nationaal Toekomstbeeld Fiets

    Begin maart is het Nationaal Toekomstbeeld Fiets (NTF) op hoofdlijnen gepresenteerd: afspraken van Rijk en provincies om samen te komen tot een landelijk dekkend netwerk van fietsroutes. Waar zie je knelpunten en waarin moet vooral worden geïnvesteerd?

    Floor: Er liggen veel goede plannen klaar, in het NTF worden nu de prioriteiten gesteld. In Zuid-Holland hebben we die prioriteiten al goed in beeld. Het is nu zaak dat we zorgen dat al die plannen en fietspaden van de verschillende regio’s goed op elkaar aansluiten. En sommige regio’s hebben hierin nog wel een achterstand goed te maken.
     
    Esther: In Noord-Holland bijvoorbeeld zijn nog heel veel kansen. Om die te benutten moet je soms slim combineren. Natuurlijk is er een verschil in eisen tussen fietspaden voor woonwerk-verkeer en recreatief gebruik. Dat zit hem in de breedte van de paden, en de verlichting. Maar een snelfietsroute voor woon-werkverkeer kan misschien ook onderdeel worden van een recreatieve route, of andersom. Dan heb je ineens dubbel budget beschikbaar. Door te combineren vul je het gat in de begroting.
     
    Floor: Het is ook de uitdaging om grote ambities in de uitvoering klein en haalbaar te maken. Soms heb je maar een kilometer extra nodig om een nieuwe verbinding tot stand te brengen. Bij de aanleg van de F15 hebben we heel bewust gezegd: we doen het stukje voor stukje, steeds wanneer dat kan. De F15 is de stip op de horizon en daar werken we in stappen naartoe.
     
    Bij zoveel mooie plannen is altijd de vraag: wie gaat dat betalen? Is er genoeg geld beschikbaar om al die plannen uit te voeren?
     
    Floor: Daar heb ik wel zorgen over. De investeringen vanuit het Rijk waren aanvankelijk zeer bescheiden, als je het vergelijkt met de investeringen bijvoorbeeld vanuit de provincies en gemeenten. Wanneer er bijvoorbeeld een snelweg wordt verbreed, hoor je het Rijk wel over ‘meekoppelkansen’ voor de fiets. Maar die moeten dan worden betaald door de regio. Ik vind dat de fiets integraal onderdeel moet zijn van de totaalafweging. Dat gaat nu gelukkig ook gebeuren in het Mobiliteitsfonds, waardoor niet al het budget opgaat aan beheer en onderhoud. Als we echt meters willen maken met alle plannen, dan moet er geld bij vanuit het Rijk: ‘dedicated’ geld voor de fiets.
     
    Esther: Er wordt inderdaad nog te snel gekeken naar de provincie. Daar komen de echte investeringen nog altijd vandaan. Daarbij vergeleken is de bijdrage vanuit het Rijk maar een fooi. Het Nationaal Toekomstbeeld Fiets is een groot project: daar is ook groot geld voor nodig. De komende periode minstens een miljard euro. In de Tweede Kamer is dus nog wel wat ruimte voor missiewerk. Tegelijk wil ik benadrukken dat staatssecretaris Van Veldhoven het goed heeft gedaan, gezien het geld dat ze beschikbaar heeft. Er zou eerst maar 1 miljoen euro beschikbaar zijn, maar nu wordt veel meer geïnvesteerd in fietsknelpunten en fietsveiligheid. Onder meer met een nieuw programma voor veilig oversteken van overwegen. En er komen 100.000 fietsparkeerplekken bij op stations. Het is hoopgevend hoe er de laatste jaren over de fiets gedacht wordt. In de vervoerregio’s, provincies en steden gebeurt heel veel goeds. Of het nu gaat om gezondheid, stikstofbeleid of verkeersdruk: de fiets is geen linkse hobby meer, maar een verstandige investering.
     

    Fietsen in Nederland: de cijfers

    • Nederlanders fietsen samen zo’n 15 miljard kilometer per jaar. Dat is ruim 880 kilometer per persoon, verdeeld over ongeveer 250 tot 300 fietsritten. Daarmee is de fiets goed voor bijna een kwart van onze verplaatsingen.
    • Er zijn in Nederland naar schatting 22,9 miljoen fietsen (cijfers uit 2019), waarvan 2,4 miljoen e-bikes. Gemiddeld bezit elke Nederlander 1,3 fietsen.
    • Er reden op 1 juli 2020 ruim 21.000 speed pedelecs op de Nederlandse wegen, een verdubbeling ten opzichte van 1 juli 2017.
    • De gemiddelde snelheid van fietsers in de Nationale Fiets Telweek van de Fietsersbond lag in 2016 op 15,8 kilometer per uur. In de grote steden wordt langzamer gefietst dan daarbuiten, vooral in Amsterdam (14,4 km/h) en Utrecht (14,7 km/h).
    • Bijna de helft van alle Nederlanders (8,1 miljoen) heeft in 2018 een fietsdagtocht - van een uur of langer, incl. reistijd - voor het plezier gemaakt. In totaal maakten zij 191 miljoen recreatieve fietsdagtochten, gemiddeld bijna 24 per persoon.
    • Tijdens 44% van de recreatieve fietstochten wordt een stadsfiets gebruikt en tijdens 32% van de fietstochten een elektrische fiets.
    • In 2020 zijn bijna 1,1 miljoen nieuwe fietsen verkocht, het hoogste aantal sinds 2011. De helft van de verkochte fietsen had elektrische ondersteuning, meer dan in 2019 (42%). De omzet uit fietsverkopen groeide met meer dan 30% naar een absoluut record van 1,65 miljard euro; een verdubbeling ten opzichte van 2010.
    Bronnen: Tour de Force, Fietsersbond, Fietsplatform.nl
     

Relevantie

Scroll naar boven