Duidelijkheid rond de deelfiets

  • Soort:Nieuws Fietsberaad
  • Datum:03-10-2018
De deelfiets ontwikkelt zich in ons land met vallen en opstaan. Op sommige locaties draait het prima, elders ging het mis omdat deelfietsaanbieders er een rommeltje van maakten. Inmiddels is iedereen het er wel over eens dat de deelfiets een waardevolle aanvulling kan bieden op de bestaande vervoerconcepten, mits je het goed organiseert. Daarom heeft CROW-Fietsberaad in het kader van de Tour de Force 2020 een ‘Leidraad voor gemeentelijk deelfietsbeleid’ ontwikkeld.

  • deelfiets_lr-(1).jpgDaarin wordt gedetailleerd uiteengezet hoe je - uitgaande van de gemeentelijke doelstellingen  - het meest geëigende deelfietsconcept in huis kunt halen.
    Het introduceren van een deelfiets in een gemeente mag op het eerste gezicht gezien het grote aanbod vrij eenvoudig lijken, maar er komt veel bij kijken. Denk alleen maar aan de verschillende concepten die in oploop zijn. Vooral in buitenland veel toegepast zijn systemen met vaste uitleen- en terugbrengstations. Die krijgen echter steeds meer concurrentie van de zogenaamde free-floating concepten. Daarbij krijgt de fiets een GPS-module waardoor zowel de gebruiker als de beheerder weet waar de fiets staat en waarbij de gebruiker met zijn smartphone de fiets van het slot haalt. Een model waar Chinese en andere providers dachten snel geld mee te verdienen, hetgeen in Europa vele problemen opleverde met rondslingerende fietsen. 

    Waarom een deelfiets?
    Hoe voorkom je dergelijke problemen?  Door je als gemeente goed in de materie te verdiepen voordat je deelfietsen binnenhaalt. Of juist om te voorkomen dat je wordt overrompeld met (verkeerde) deelfietsconcepten.

    Het begint eigenlijk met de vraag waarvoor de deelfiets een oplossing zou kunnen bieden, zo wordt in de Leidraad uiteengezet. Verbetering van de bereikbaarheid kan een reden zijn. Omdat er meer vervoersmogelijkheden ontstaan en indirect omdat de deelfiets aantrekkelijk kan zijn voor the first- en de last mile aansluitend op ov of bij P+R voorzieningen.
    De deelfiets kan mogelijk ook de druk op fietsparkeervoorzieningen verlichten, bijvoorbeeld omdat het noodzaak voor een tweede fiets bij de aankomsthalte van het ov wegneemt.

    Sturing
    Daarnaast is de vraag of je als gemeente nadrukkelijk een vinger in de pap wilt houden, of dat je de deelfiets geheel of gedeeltelijk aan de vrije markt wilt overlaten.
    In alle gevallen is de APV het geëigende instrument om een en ander in goede banen te leiden, zo is het vertrekpunt van de ‘Leidraad voor gemeentelijk deelfietsbeleid’.
    Gemeenten die opteren voor ‘vrijheid voor de markt’ kunnen zich beperken tot het via de APV in goede banen leiden van het fietsparkeren, waarin bijvoorbeeld voor bepaalde locaties een fietsparkeerverbod geldt. Eventueel kan men deelfietsaanbieders hiervoor ontheffing verlenen.
    Ook als men de markt wil reguleren, begint het met een fietsparkeerverbod waarvoor men dan vervolgens deelfietsaanbieders vrijstelling kan geven. Met een vergunning waaraan bijvoorbeeld kwaliteitseisen zijn gekoppeld, kan men - eventueel een beperkt aantal -deelfietsaanbieders vervolgens toestemming geven om fietsen te plaatsen. De Leidraad bevat onder meer conceptteksten voor een aangepaste APV.
    Wil men als gemeente zelf een actieve rol spelen bij de introductie van een deelfiets, dan komt daar nog eens het verlenen van de opdracht cq. een concessie bij, waar natuurlijk voor een gemeente het nodige werk aan vast zit.

    Kwaliteit
    Bij de keuze van een deelfietsprovider is de geboden kwaliteit natuurlijk belangrijk. Afhankelijk van de insteek die men kiest, kan men daar op sturen. Het gaat dan bijvoorbeeld om het ontwerp van de fiets en de eventueel bijbehorende app en het tarief en de tariefstructuur. Verder moet men het aantal deelfietsen waarvoor in een stad behoefte én plek is juist zien in te schatten. Dat heeft ook te maken met het type deelfiets. Bij de free-floatingconcepten zijn nauwelijks extra investeringen nodig, maar er zitten risico’s aan vast, zoals het verleden heeft geleerd. Door middel van virtuele dropzones (geofencing) kan men die risico’s enigszins beperken. Speciale deelfietsvakken, -rekken of parkeerstations vragen hogere investeringen. Bij alle opties speelt de handhaving uiteraard een niet te onderschatten rol.  

     

    Data
    Deelfietsen leveren data op. Voor de aanbieders van deelfiets cruciaal voor de bedrijfsvoering en eventueel voor commerciële doeleinden te gebruiken. Maar ook voor een gemeente levert die data nuttige informatie op. Daarbij kan men bijvoorbeeld denken aan opendata met het aanbod van huur- en deelfietsen, nuttig en nodig voor app-bouwers, routeplanners en aanbieders van mobiliteitsdiensten (Maas). Ook daarover kan men afspraken maken met deelfietsaanbieders.

    De Leidraad gaat uitvoerig op al deze onderwerpen in. ‘Maar de Leidraad is niet in beton gegoten’, aldus de opstellers. ‘Deelfietsen zijn zeker in de Nederlandse context een relatief nieuw fenomeen. Veel aanbevelingen in deze Leidraad hebben zich nog niet in de praktijk kunnen bewijzen. Bovendien gaan de ontwikkelen snel. We houden ons daarom aanbevolen voor aanvullingen, reacties en praktijkervaringen. Reacties, suggesties en aanvullingen zijn welkom op fietsberaad@crow.nl.’

Relevantie

Terug naar 'Kennisbank'
Submenu openen

Duidelijkheid rond de deelfiets

No data found
Scroll naar boven