Het gebruik van de e-fiets en de effecten op andere vervoerwijzen

  • Soort:Onderzoeksrapport
  • Auteur:Mathijs de Haas
  • Uitgever:Kennisinstituut voor Mobiliteitsbeleid | KiM
  • Datum:02-12-2019
Het gebruik van de e-fiets in Nederland is de afgelopen jaren flink toegenomen. In het gebruik zijn veranderingen zichtbaar. Het aandeel ouderen (65-plussers) neemt af. En mensen stappen vaker op de e-fiets voor werkgerelateerde verplaatsingen. Het vervoermiddel is dus niet enkel meer populair onder ouderen. Dat concludeert het Kennisinstituut voor Mobiliteitsbeleid (KiM) in het onderzoek 'Het gebruik van de e-fiets en de effecten op andere vervoerwijzen'.

 

Klik op de knop om de link te openen (opent in een nieuw venster)

downloaden
  • Met de komst van de e-fiets werd het mogelijk om met minder inspanning langere afstanden op de fiets af te leggen. Hiermee heeft de e-fiets de potentie om auto- en ov-ritten te vervangen.
    Het aantal per e-fiets te bereiken bestemmingen is immers hoger dan bij de reguliere fiets door de hogere snelheid en geringere inspanning. De e-fiets kan dus bijdragen aan een betere leefbaarheid en bereikbaarheid van Nederland, twee doelen van het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat.
    In deze studie is onderzocht welke verschillende e-fietsgebruikersgroepen er bestaan in Nederland en hoe deze zich de afgelopen jaren ontwikkeld hebben. Daarnaast is onderzocht hoe aanschaf en bezit van een e-fiets samenhangen met het reisgedrag en in hoeverre substitutie-effecten optreden tussen verschillende vervoerwijzen, met de focus op de e-fiets.
    Met de toename in populariteit van de e-fiets, ook buiten Nederland, neemt het aantal studies die zich richten op effecten van de e-fiets op het reisgedrag toe. Uit deze studies komt naar voren dat het effect van de e-fiets niet overal hetzelfde is. In Aziatische studies wordt veelal geconcludeerd dat de e-fiets voornamelijk de bus vervangt, terwijl in de Verenigde Staten en Australië de e-fiets voornamelijk als vervanger van de auto wordt gekocht. Bestaande studies die (deels) op Nederland zijn gericht concluderen dat de e-fiets niet enkel de reguliere fiets vervangt, maar ook deels de auto en het openbaar vervoergebruik.
    Een belangrijke beperking bij deze onderzoeken is echter dat er voornamelijk gebruik wordt gemaakt van cross-sectionele data (waarbij data op één moment in de tijd zijn verzameld) of diepteinterviews, waarbij mensen zelf gedragsveranderingen hebben gerapporteerd. Nadeel daarvan is dat gedragsveranderingen dus niet daadwerkelijk geobserveerd konden worden. Het is dus de vraag in hoeverre eerdere studies het daadwerkelijk effect van de e-fiets op het reisgedrag feitelijk weergeven. Een belangrijke bijdrage van dit onderzoek is dat het effect van e-fietsgebruik op het gebruik van andere vervoerwijzen wordt onderzocht aan de hand van longitudinale data (waarbij data van dezelfde individuen op meerdere momenten in de tijd zijn verzameld).
    Na de introductie van de e-fiets in Nederland bleken voornamelijk ouderen de e-fiets aan te schaffen, met name voor vrijetijdgebruik. De afgelopen jaren is het e-fietsbezit en gebruik fors toegenomen in Nederland. In 2018 was 40% van de nieuwe verkochte fietsen een e-fiets en werden er voor het eerst meer e-fietsen verkocht dan gewone stadsfietsen. In het gebruik is een verschuiving zichtbaar. Het aandeel ouderen (65-plussers) neemt af en de e-fiets wordt vaker gebruikt voor werkgerelateerde verplaatsingen.
    De e-fiets is dus niet enkel meer populair onder ouderen. Op basis van data van het Onderzoek Verplaatsingen in Nederland (OViN) uit 2013 tot en met 2017 blijken er vijf verschillende gebruikersgroepen te bestaan (aflopend in omvang):
    1. Gepensioneerde oudere vrijetijdsgebruikers
    2. Fulltime werkenden van middelbare leeftijd
    3. Oudere vrouwelijke vrijetijdsgebruikers
    4. Jongere parttime werkende vrouwen met kinderen
    5. Scholieren/studenten
    De eerste en derde gebruikersgroep bestaan beide uit relatief oude mensen (respectievelijk 65+ en 50-65 jaar) die de e-fiets voornamelijk voor vrijetijdsdoeleinden gebruiken. De andere drie gebruikersgroepen (2, 4 en 5) gebruiken de e-fiets vooral voor werk of onderwijs. Het blijkt dat deze drie groepen boven gemiddeld snel groeien met een groei van tussen de 129% en 156% tussen 2013 en 2017. De twee oudere gebruikersgroepen kenden in dezelfde periode een groei van respectievelijk 50% en 39%.

Relevantie

Terug naar 'Kennisbank'
Submenu openen

Het gebruik van de e-fiets en de effecten op andere vervoerwijzen

No data found
Scroll naar boven