Het rapport
Fietsstimulering in de praktijk van het Mulier Instituut presenteert de resultaten van een vragenlijstonderzoek onder 95 beleidsambtenaren sport die lid zijn van het panel van de Vereniging Sport en Gemeenten. Het doel van dit onderzoek was om in kaart te brengen wat Nederlandse gemeenten doen om fietsen te stimuleren.
Ouderen
Uit het onderzoek blijkt dat ruim driekwart van de gemeenten iets doet om fietsen te stimuleren. De helft daarvan richt zich hierbij op één doelgroep, de andere helft op twee of meer doelgroepen. Van de gemeenten die fietsen stimuleren richt 63 procent zich op inwoners van 65 jaar en ouder, 42 procent op inwoners met een migratieachtergrond en 37 procent op kinderen van 4-11 jaar. Hoewel de aandacht voor ouderen als positief wordt gezien, beveelt het Mulier Instituut aan om meer fietsstimulering te doen onder jonge kinderen en jongeren omdat zij
steeds minder fietsen en minder vaak voldoen aan de beweegrichtlijnen.
Campagnes
Om fietsen te stimuleren zetten de gemeenten vooral in op voorlichting en campagnes over fietsen en op veiligheidscampagnes. Zij combineren die campagnes meestal met andere maatregelen, zoals fietsvriendelijke verkeersplannen, organiseren van fietsevenementen en fietslessen.
Er zijn aanwijzingen dat campagnes op zichzelf onvoldoende zijn om fietsen te stimuleren. Zo verwijst het Mulier Instituut naar een evaluatie van het Ministerie van IenW uit 2024 waaruit blijkt dat de landelijke campagne ‘Kort ritje? Da’s zo gefietst’ geen structurele effecten heeft gehad op beweeggedrag. In de in mei 2025 verschenen toolkit
Promoting walking and cycling van de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) staat dat fietsstimulering alleen effectief is als men inzet op een brede, integrale aanpak op meerdere beleidsterreinen, zoals infrastructuur, verkeersveiligheid, inclusie en gezondheid.
Afbeelding: de zeven beleidsterreinen voor fietsstimulering volgens de WHO
Een Nederlands voorbeeld van een integrale aanpak is de City Deal Fietsen voor Iedereen, waarin men naast bewustwording ook werkt aan het wegnemen van belemmering door bijvoorbeeld het beschikbaar stellen van fietsen, het aanleren van fietsvaardigheden en het versterken van motivatie en vertrouwen om te fietsen.
Aanbevelingen
Naast het besteden van aandacht aan jongeren en een meer integraal fietsstimuleringsbeleid, beveelt het Mulier Instituut aan om de elektrische fiets niet als losstaand fenomeen te beschouwen maar als onderdeel van het totale mobiliteitsbeleid. Dit moet bijvoorbeeld voorkomen dat maatregelen om de e-fiets te stimuleren een belemmering vormen voor niet-e-fietsgebruikers die zich door de toegenomen snelheid en drukte niet meer veilig voelen op het fietspad. Tenslotte zouden gemeenten moeten investeren in monitoring en evaluatie om na te gaan welke maatregelen echt werken om fietsen te stimuleren. Het volledige rapport is
hier te lezen.
Bronnen: Mulier Instituut, WHO