Van alle verkeersdoden in de EU is 9 procent fietser en 18 procent voetganger. Vooral in de steden vinden er veel dodelijke ongelukken plaats met kwetsbare verkeersdeelnemers, in 70 procent van de gevallen gaat het hier om ongevallen met voetgangers, fietsers, gemotoriseerde tweewielers en vervoermiddelen als e-steps. Voor de EU als geheel heeft het aantal fietsdoden het afgelopen decennium een licht dalende trend, maar dat geldt niet voor landen als Duitsland, Spanje, Frankrijk en Nederland, waar het aantal fietsdoden in de periode 2014-2024 toenam. De meeste fietsdoden in de EU vallen als gevolg van een aanrijding met een auto, gevolgd door eenzijdige ongevallen.
De meeste EU-landen liggen nog niet op koers om het doel van halvering van het aantal verkeersdoden in 2030 ten opzichte van 2018 te halen. Alleen in België, Bulgarije, Polen en Roemenië vertonen de cijfers hiervoor voldoende vooruitgang. Roemenië en Bulgarije behoren samen met Kroatië evengoed tot de landen met de meeste verkeersdoden per aantal inwoners. Het afgelopen jaar waren er vooral in Estland en Griekenland grote dalingen te zien in het aantal verkeersdoden, met 38 en 22 procent. Voor Nederland rapporteert de Europese Commissie een stijging van 12 procent. Dit is gebaseerd op de cijfers van het eerste halfjaar van 2025, de officiële cijfers maakt het CBS naar verwachting binnenkort bekend.
Zweden en Denemarken hebben de veiligste wegen van Europa met 20 en 23 doden per miljoen inwoners. Nederland komt volgens de voorlopige cijfers uit op 35 en bezet daarmee in Europa een tiende plaats. Het gemiddelde over de hele EU is 43 verkeersdoden per miljoen inwoners.
Alle cijfers over verkeersongevallen in Europese landen tussen 2014 en 2024, onder andere uitgesplitst voor de fiets en (voor zover beschikbaar) de elektrische fiets, zijn te lezen in het
Annual statistical report on road safety in the EU 2026.
Bron: Europese Commissie