Kenniscentrum voor fietsbeleid

Hoe ziet de ideale fietsstraat eruit?

31-10-2016

Een fietsstraat kan een oplossing bieden in situaties waar ruimte ontbreekt voor een apart fietspad of een fietsstrook niet voldoet, maar waar toch veel fietsers langskomen. Bovendien sluit een fietsstraat goed aan bij het karakter van verblijfsgebieden. Maar hoe ziet een ideale fietsstraat eruit? 

plaatje

Om daar achter de komen is CROW-Fietsberaad samen met Rijkswaterstaat WVL een onderzoek gestart. Als eerste stap is geïnventariseerd wat je nu al aan fietsstraten aantreft in ons land. Adviesbureau Goudappel Coffeng bracht 29 fietsstraten in kaart en dat onderzoek geeft al een indicatie van welke inrichting goed werkt, zo blijkt uit de ‘Discussienota fietsstraten binnen de bebouwde kom’ die is uitgebracht.

Eerste constatering is dat de hoeveelheid fietser en het aantal auto’s, en de onderlinge verhouding daartussen, in belangrijke mate bepalen of een fietsstraat in de praktijk werkt zoals bedoeld. Teveel auto’s is niet goed voor de fietser, te weinig fietser maakt een fietsstraat ongeloofwaardig.
Eerdere publicaties van CROW gingen er van uit dat het aantal dagelijkse fietsers twee keer zo hoog moet zijn als het aantal motorvoertuigen om een fietsstraat te kunnen toepassen. En als bovengrens voor het autoverkeer wordt vaak 2.500 mvt per etmaal genoemd. Maar precies weten doen we het niet. Wel blijkt uit de ervaringen met de 29 onderzochte fietsstraten dat gebruikers tot 2000-2500 mtv/etmaal positief reageren, daarboven zijn er meer kritische geluiden te horen.

Daarnaast speelt ook de breedte een rol. Die moet zo goed mogelijk worden afgestemd op het gebruik. Dat wil zeggen de aantallen auto’s en fietsers en dus ook het aantal inhaalbewegingen dat daar uit voorkomt. Want hoewel men er in de beginjaren van de fietsstraat vanuit ging dat auto’s achter fietsers moeten rijden, blijkt dat in de praktijk alleen maar tot irritatie te leiden. Automobilisten moeten fietsers kunnen inhalen, mits dit met een gematigde snelheid en met voldoende passeerafstand gebeurt.

Het onderzoek heeft geleid tot enkele - voorlopig - aanbevolen rijbaanbreedtes voor een aantal situaties. In principe kun je twee basisprofielen voor fietsstraten onderscheiden. Een smalle fietsstraat met een rijbaanbreedte van 3,8 tot 4,7 m en een brede fietsstraat met een rijbaanbreedte van 5,4 tot 7,2 meter met twee rijlopers. Breedtes tussen 4,7 m en 5,4 m met twee rijlopers moet men vermijden, omdat dit uitnodigt tot gevaarlijke inhaalbewegingen.

Bij de brede variant ontstaat een middenstrook. Die moet aan een aantal eisen voldoen. Niet te breed en niet te smal, ergens tussen 0,7 en 1,5 meter lijkt een praktisch maat. En overrijdbaar, niet alleen voor auto’s maar ook voor – snelle- fietsers zonder al te veel belemmeringen.

De discussienota geeft een eerste aanzet om te komen tot goed onderbouwde inrichtingseisen. CROW-Fietsberaad en Rijkswaterstaat WVL nodigen wegbeheerders uit om aan te haken bij het lopende onderzoek en te reageren op de discussiepunten en aanbevelingen uit de notitie. Dat kan onder andere op verschillende regionale bijeenkomsten die de komende maanden worden georganiseerd. Maar ook al op het komende Nationaal Verkeersveiligheidscongres op 3 november, waar een sessie aan de fietsstraat is gewijd.

Een eerste vervolgonderzoek is al gepland. Een modelstudie en cameraobservaties moeten meer inzicht geven in de invloed van auto- en fietsintensiteiten op het functioneren van een fietsstraat.

CROW-Fietsberaad verneemt graag uw mening over de discussienotitie. Klik hier voor een korte enquête.

Notitie
Rico Andriesse (Goudappel Coffeng) en Otto van Boggelen (CROW-Fietsberaad) , CROW-Fietsberaad
2016
In deze notitie worden de ervaringen met fietsstraten op een rij gezet en vertaald in aanbevelingen voor de vormgeving van fietsstraten.
Anneke Nusselder (Steunfractie GroenLinks Zwolle)
01-11-2016 @ 16:02

Ik mis de maximum-snelheid op de fietsstraten en het 'handhaven c.q. faciliteren' daarvan. Dat is ook nog wel eens probleem. Ik weet van een fietsstraat in Zwolle (Kamperweg) waar het enige verschil met voorheen is dat kleur van het wegdek nu rood is. De situatie is er voor fietsers niet veiliger geworden.

Roland Haffmans (-)
02-11-2016 @ 10:49

"een smalle fietsstraat met een rijbaanbreedte van 3,8 .."

Fiets, auto, fiets allemaal binnen 3.8 meter, als de auto zo'n 2 meter vraagt, blijft voor beide fietsers 90 cm over!

"hoewel men er in de beginjaren van de fietsstraat vanuit ging dat auto’s achter fietsers moeten rijden, blijkt dat in de praktijk alleen maar tot irritatie te leiden." In Belgie is dit wettelijk passeren verboden!

 

André Pettinga (Cyclemotions)
02-11-2016 @ 15:25

 

Allereerst (Rico en Otto) mijn complimenten voor deze helder geschreven discussienotitie. En de noodzaak tot het aangekondigde vervolgonderzoek, vooral naar auto-/fietsintensiteiten, onderschrijf ik. Als ik (..) wegbeheerder was zou ik zeker enkele fietsstraten aanmelden.

Het sterrensysteem met 10 criteria sluit goed aan bij de praktijk en de beslispunten, ook in overleg met belanghebbenden aan en rond een fietsstraat.

Ik lees nergens iets over de (maximaal / aan te raden) lengte van een fietsstraat. De lengte wordt in te skt wel af en toe genoemd, maar niet als criterium. Hoe is de invloed daarvan meegenomen en/of waarom (kennelijk) niet relevant bevonden? Als wegvakken te lang zijn dan kan / wordt partieel eenrichtingsverkeer toegepast, maar tot welke lengte? Dat valt w.s. onder het punt van 'verkeersciculatie', functie(s) van de fietsstraat-link in het geheel. Het is verstandig om de subcriteria per hoofdcriterium ook te vermelden; nu komen ze alleen tevoorschijn als er iets 'mis' met een hoofdcriterium.

Waarom vallen de kruispunten van fietsstraten met GOW buiten de scope? Is dat om budgettaire of om inhoudelijke redenen? En welke inhoudelijke redenen zijn dat dan?

Heel goed om de 'klassieke' ontwerp-driehoek functie-vorm-gebruik uit te leggen en toe te passen; die staat niet voor niets al sinds 1992 in de Fietswegwijzer.

In de smalste variant A+F is de automobilist flink uitgedaagd om niet in te halen, met name als er 2 fietsers naast elkaar rijden. Op de grachten in diverse steden in ons land zie je natuurlijk ook al, zonder dat die de status / ontwerp fietsstraat hebben. Vaak zijn daar wel rabatstroken als 'afscheiding' tussen rijloper en voortuintjes / stoepen (met of zonder paaltjes). Langs zulke grachten is het acceptabeler voor autobestuurders om er achter te blijven, ook omdat ze weten dat er relatief veel zijstraten / zijgrachten komen, waar dan gemakkelijker gepasseerd kan worden. De lengte van die stukken gracht zou interessant kunnen zijn. Overigens komen de maten 3,6 en 3,7 en 3,8 alle drie voor in de notitie; een keuze eindadvies lijkt me gewenst.

Wordt er 's nachts en/of bij slecht weer naar de fietsstraten gekeken. Ook sneeuwinvloed en het kunnen wegschuiven van de sneeuw naar de zijkanten (rabatstroken) lijkt me punt van aandacht in de breedte-adviezen.

Qua intensiteit zie ik nog aarzeling tussen etmaalintensiteit en drukste uur-intensiteit. Logisch, gevoelsmatig denk ik dat op fietsstraten juist de drukste uur bepalender is dat de etmaalscore vanwege de gemengde functie. Het vervolgonderzoek zou dat moeten kunnen ophelderen. Van belang is dat vraag van welke moment je uitgaat bij het bepalen van het drukste uur, vooraf (huidige intensiteiten) of juist de verwachte intensiteiten (schatten / modelberekeningen / etc); een goed functionerende fietsstraat en strategisch goed gesitueerd in het totale fietsnetwerk kan een zekere aanzuigende werking hebben (ook in de winter als die wel geveegd / gestrooid is en de parallelstraten niet).

In tabel 2 staat in de middelste regel bij Hoog - Laag en F+A+F en 5,5 - 5,8 m. breedte dat 'die ook toereikend voor fiets-bus of fiets+vrachtwagen' (eind citaat). Dat waag ik te betwijfelen; het hangt er ook vanaf over welke type bus of vrachtwagen je spreekt.

Bij de opsomming van de onderzoeksvragen (onderaan pag 9) staat '- Modelmatige onderbouwing van de kans op maatgevende combinaties bij verschillende intensiteiten etc.'- Vraag welke model wordt hier toegepast en waarom juist dat model?

In figuur 6 - foto van Pr. Hendriklaan / Utrecht met sterrenscore 4 uit 5 goed staat bij de rijbaan-indeling dat de rijlopers te breed zijn en dat er rabatstroken zijn toegepast. Als daar alsnog rabatstroken van 50-60cm worden aangebracht dan voldoet de rijloper dat aan de (voorlopige) aanbeveling? Op die route worden duo-fietsers (scholieren) ook vaak ingehaald door bakfietsen of door snellere fietsers. De fietsintensiteit is daar echt hoog. PS: de vermelde intensiteiten zijn daar in etmaal, maar hier is juist het drukste uur bepalend (verwacht ik). De ochtend zal het drukste zijn, de avond kent w.s. een verspreidere drukte.

De vermelding van 30-35 kilometer per uur op pag. 14 (Snelheidsremmers etc) lijkt me een slip-of-the-pen. 35 kilometer is nergens aan te bevelen, 30 kilometer is hard zat en op veel plekken eigenlijk al te hoog. En kennelijk zijn er in den lande fietsstraten gerealiseerd war 50 km / uur toegestaan is... Daar moeten we zo snel (..) mogelijk van af!

Op pag. 19 staat een zgn 'dragenprofiel'. Nog nooit van gehoord; de notitie legt niet uit wat er zo bijzonder aan is ...dat het zelfs via Google niet boven komt drijven ook niet op de site van gemeente Houten. Gaat het om de bomen in het profiel om het verblijfskarakter te benadrukken? Die bomen kunnen ook voor bladval zorgen of opdruk door wortels. Goede lichtmaten lijkt me voor fietsstraten relevanter.

Kosten. Het lijkt me beter op i.p.v. één (gemiddelde?) prijs van € 300,-- per strekkende meter (m') sowieso een bandbreedte aan te geven, omdat de ondergrond nogal varieert in ons land. Bovendien wordt meestal de prijs van straatwerk uitgedrukt in vierkante meters (m2). Waar is de 300 op gebaseerd, schatting of empirisch van de deelnemende wegbeheerders? En hoeveel kost een breder type fietsstraat meer dan een smaller type? Onderhoudskosten (ook met bandbreedte per m2) lijkt me ook een relevant onderwerp, met name de randen / aansluitingen tussen de rijlopers, rabatstroken, middenstroken, etc is cruciaal. Autobanden maken veel kapot... De aanlegprijs wordt zeker ook beïnvloed door de vormgeving bij de zijstraten; inritconstructies zijn duurder in aanleg dan voorrangskruisingen. 

Toepassing van MKBA-light in dit verband is sympathiek, maar niet relevant voor de ontwerpkeuzes, dunkt me. Kan wel bestuurlijk-politiek-verkeerskundig relevant zijn voor de vraag of er al dan niet een fietsstraat-oplossing moet worden toegepast in de betreffende link van het totale fietsnetwerk. In de tekst wordt gesproken over 'ongeveer 400 nieuwe fietsers'. Zijn dat fietsers die voor het eerst op de deze verschijnen (verschoven fietsroutes) of zijn dat personen die niet eerder de fiets gebruikten, maar kennelijk de fietsstraat zo goed vinden dat ze alsnog (voor bepaalde ritten..) de fiets pakken? Voor zover ik de MKBA-ontwikkeling heb gevolgd gaat het om hele nieuwe fietsers, dus een zekere groei in het aandeel fiets in de modal split. Echter de winst van de aanleg van fietsstraten in modal split vraagt een aparte studie; ergo zijn er voldoende voor- en nastudies van fietsstraten (smal en breed) beschikbaar waaruit de hoogte van positieve effecten statistisch betrouwbaar is gebleken. Ook hier zou 400 w.s. 300-500 of misschien wel variëren van 200 - 600?

Succes met het vervolg; ik blijf graag meedenken op 'fietsafstand'.

H.G.M. van der Zanden (Fietsersbond Alphen aan den Rijn & regio)
03-11-2016 @ 10:34

Wat heb ik als fietser die zijn kleindochter fatsoenlijk naar school begeleidt nodig in een fietsstraat? Bij een vlakke valberm van 1 meter wens ik 40cm schuwafstand van de rand van de straat, 37,5cm linkerstuurbreedte van mijn kleindochter, 40cm schuwafstand tussen mij en mijn kleindochter, 75cm stuurbreedte van mijn fiets en 50cm schuwafstand van mijn stuur tot de auto die mij wenst in te halen. Dus de rode fietsloper wens ik 242,5cm breed. Met aftrek van de dubbele schuwafstand van 50cm is dus de minimale breedte van een fietsstraat in twee richtingen dus 435cm, uitgaande van een vlakke valberm aan beide zijden. 

Rick Batelaan (Gemeente Amsterdam)
04-11-2016 @ 10:40

In dit gevecht om de ruimte voor de ideale fietsstraat mis ik aandacht voor de voetganger. In Amsterdam is de gewenste (!) minmale vrije doorgangsruimte voor de voetganger 180cm. Dan kunnen ouders met kinderwagens, kinderen die twee-aan-twee lopen en bijvoorbeeld rolstoelen elkaar op de stoep passeren. De ideale fietsstraat zou óók een goede loopstraat moeten zijn.

Roland Haffmans (-)
04-11-2016 @ 13:57

Voor een wegbeheerder die het te moeilijk vindt om een fietspad aan te leggen of zelfs een fietsstrook, is een fietsstraat heel aantrekkelijk, zeker bij soepele eisen. Een snelheid van 50 km - gemiddeld! - die blijkbaar op een fietsstraat gemeten is, toont dat. Je zou verwachten dat de kwaliteit voor een fietsstraat, bedoeld als snelle fietsroute, duidelijk wordt omschreven.

Helaas voldoet dit voorstel daar niet aan. Haaks parkeren blijft mogelijk, druk kort parkeren zoals in een winkelstraat ook, ook een plateau voor voetgangersoversteek.  Parallelwegen worden vaak gekozen als het doorgaand autoverkeer niet gehinderd mag worden door in- en uitparkeren. Daarvoor komt een parallelweg die de fietsers ook moeten gebruiken, niet echt geschikt voor een snelle fietsroute. Ook mag in het voorstel de fietsstraat gebruikt worden als busroute of voor vrachtverkeer (bevoorrading winkels).

Een goede doorgaande fietsroute vraagt meer kwaliteit.

Otto van Boggelen (CROW-Fietsberaad)
10-11-2016 @ 11:03

Allen, en in het bijzonder André, dank voor de reacties. We verzamelen eerst de reacties uit verschillende bronnen. Medio 2017 zetten we alles op een rijtje om conclusies te trekken. Graag attendeer ik jullie ook op deze enquete.

Reactie plaatsen

Alleen geregistreerde gebruikers kunnen een reactie plaatsen. Vul a.u.b. uw e-mailadres in om uw registratie te controleren

E-mail: